Uitvindingen
Uitvindingen

Leeghwater doet zijn naam eer aan.
De eerste grote droogmakerij. Om aan de toenemende vraag naar landbouwgrond tegemoet te komen, wordt in 1609 begonnen met het droogmalen van de Beemster. Het project wordt een groot succes en een jaar na de definitieve drooglegging in 1612 hebben de investeerders hun geld er al uit. De Beemster is het eerste grote meer in Holland dat wordt drooggemalen.
Van oorsprong is de Beemster een kleine riviertje, dat door turfwinning en stormvloeden in de 12e en 13e eeuw uit dijdt tot een volwaardig meer. Andere meren in Holland ontwikkelen zich op een zelfde manier. In de 16e eeuw groeit de Hollandse bevolking snel en neemt de vraag naar vruchtbare landbouwgrond toe, terwijl de meren juist blijven uitdijen. In 1607 nemen enkele Amsterdamse kooplieden daarom het initiatief de Beemster te laten droogmalen. Ondanks verzet van vissers, de marine en het waterschap wordt in 1609 gestart met het droogmalen en Jan Adriaenszoon Leeghwater wordt daarbij tot opzichter aangesteld.
Leeghwater is geen uitvinder, maar hij maakt handig gebruik van de uitvindingen van anderen. Met name de ‘Molengang’ van Simon Stevin blijkt erg succesvol. Uiteindelijk weet Leeghwater de Beemster in drie jaar, met tweeënveertig molens droog te krijgen en sinds 1999 staat de Beemster op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
![]() |
Geboren: Datum onbekend, De Rijp Overleden: Datum onbekend, Amsterdam Jan Adriaenszoon Leeghwater wordt geboren als zoon van een timmerman in het Noordhollandse dorpje De Rijp, aan de Beemster. Jan Adriaenszoon ontwikkelt zich tot een succesvol molenbouwer. Nadat Jan in 1605 met twee anderen een octrooi voor een duikklok krijgt en succesvol drie kwartier onder water verblijft, geeft hij zichzelf voortaan de naam Leeghwater. Een echte uitvinder is Leeghwater niet. Hij is vooral een kundig molenbouwer en waterbouwkundige die de uitvindingen van anderen succesvol toepast. |
|---|
























