Uitvindingen
Uitvindingen
Stevin is een inventief zwaargewicht.
In 1589 krijgt Simon Stevin van de Staten Generaal een octrooi voor maarliefst negen uitvindingen tegelijk, die hij beschreven heeft in het manuscript ‘Verscheyden inventien’. De uitvindingen hebben vooral betrekking op watermolens en baggeren. Het zelfdraaiend braadspit dat ook gebruikt kan worden om klokken aan te drijven of een kind te wiegen, is daarbij een vreemde eend in de bijt.
De negen octrooien zijn een record in de Nederlandse octrooiverlening. In de jaren daarvoor had Stevin ook al verschillende octrooien ontvangen, waaronder het eerste octrooi verleend door de Staten-Generaal. Stevin besteedt in zijn beschrijvingen veel aandacht aan de wiskunde en de fysica achter zijn uitvindingen. De eerste van de negen uitvindingen betreft een zogenaamde ‘molengang’.
Bij een molengang wordt een aantal molens achter elkaar geplaatst. Zo kan het water uit een polder trapsgewijs worden verplaatst naar grotere hoogte. Vele generaties droogmakers maken nadien gebruik van deze vinding. Ingenieur Leeghwater maakt bij het droogmalen van de Beemster vanaf 1609 dankbaar gebruik van molengangen. Precies in dat jaar verviel ook het octrooirecht van Stevin.
![]() |
Geboren: Datum onbekend, Brugge Overleden: Datum onbekend, Den Haag of Leiden In 1581 vestigt Simon Stevin zich in Leiden. Voordien was hij boekhouder in Brugger en Antwerpen. In 1593 treedt Stevin in dienst van prins Maurits en wordt hij kwartiermeester-generaal in het Staatse leger. Stevin is bij een breed publiek het meest bekend geworden door zijn zeilwagen die hij in de jaren 1601-1602 heeft gebouwd. Deze wagen is niet echt een uitvinding, maar meer een geslaagd spektakelstuk. De wetenschappelijke prestaties van Stevin liggen vooral op het gebied van de wiskunde, astronomie, fysica en economie. Daarnaast heeft hij het Nederlands verreikt met een aantal nieuwe woorden. |
|---|
| Andere uitvindingen: | Het eerste octrooi |
|---|
























